Hoofdstuk 5

Roos Rondhout

Nog een hele tijd na de schokkende dood van mevrouw Rondhout bleven de bediendes van de koning in twee kampen verdeeld. De eerste groep fluisterde dat de dood van de naaister koning Fred te verwijten viel. De tweede groep geloofde liever dat er een vergissing in het spel moest zijn geweest en dat de koning vast niet had geweten hoe ziek mevrouw Rondhout werkelijk was toen hij de opdracht gaf dat alleen zíj het nieuwe kostuum mocht afmaken.

Mevrouw Boender, de banketbakster, behoorde tot die tweede groep. De koning was altijd heel aardig tegen haar geweest en had haar soms zelfs uitgenodigd in zijn eetkamer om haar een compliment te maken met een uitzonderlijk lekkere schaal Hoge Heertjes of Lariekoekjes, dus was ze ervan overtuigd dat Fred vriendelijk, vrijgevig en attent was.

‘Iemand is gewoon vergeten de koning op de hoogte te brengen. Dat weet ik zeker,’ zei ze tegen haar man, majoor Boender. ‘Hij zou een zieke bediende nooit dwingen om toch te werken en ik weet ook zeker dat hij het verschrikkelijk vindt wat er gebeurd is.’

‘Ja,’ zei majoor Boender. ‘Dat denk ik ook.’

Net als zijn vrouw wilde majoor Boender graag het beste denken van de koning, omdat hij, zijn vader en zijn grootvader allemaal trouw hadden gediend in de Koninklijke Garde. Dus alhoewel majoor Boender wel merkte dat koning Fred heel opgewekt leek na de dood van mevrouw Rondhout en net zo vaak ging jagen als altijd en hij ook had gehoord dat de Rondhoutjes gedwongen waren geweest om te verhuizen en nu vlak naast de begraafplaats woonden, probeerde hij zichzelf toch wijs te maken dat de koning het heel erg vond van de Hoofdnaaister en dat hij niets met de verhuizing van haar man en dochtertje te maken had.

Het nieuwe huisje van vader en dochter Rondhout was donker en somber. De hoge coniferen rond de begraafplaats hielden het zonlicht tegen, hoewel Roos vanuit haar slaapkamerraam nu wel haar moeders graf kon zien, door een opening tussen de donkere takken. Omdat ze nu niet meer naast de Boenders woonden, zagen Roos en Bert elkaar minder na school, al ging Bert wel zo vaak mogelijk bij Roos langs. Er was lang niet zo veel ruimte om te spelen in de nieuwe tuin, maar ze pasten hun spelletjes maar aan die krappere omgeving aan.

Wat meneer Rondhout van zijn nieuwe huis dacht, of van de koning, wist niemand. Hij praatte nooit over dat soort dingen met het andere paleispersoneel maar wijdde zich zwijgend aan zijn werk, om het geld te verdienen dat hij nodig had om zijn dochtertje te kunnen onderhouden. Hij stond er nu helemaal alleen voor, maar probeerde Roos zo goed mogelijk op te voeden.

Roos, die haar vader graag hielp in zijn timmermanswerkplaats, had altijd het liefst een overall gedragen. Ze was iemand die het niet erg vond om een beetje vies te worden en kleren interesseerden haar eigenlijk niet zo veel. Maar na de begrafenis droeg ze wekenlang iedere dag een andere jurk als ze vers geplukte bloemen ging leggen op het graf van haar moeder. Toen mevrouw Rondhout nog had geleefd, had ze altijd graag gewild dat haar dochter eruit zou zien ‘als een echt dametje’ zoals ze het zelf zei, en had ze een hoop prachtige jurkjes voor haar genaaid, soms van stof die over was als ze weer zo’n schitterend kostuum had gemaakt voor koning Fred en die ze dan – heel vrijgevig – van hem mocht houden.

En zo ging er een week voorbij, en toen een maand en een jaar. Alle jurkjes die haar moeder voor haar had gemaakt waren nu te klein voor Roos, maar desondanks borg ze ze toch zorgvuldig op in haar klerenkast. Andere mensen schenen vergeten te zijn wat Roos was overkomen, of dachten dat ze inmiddels wel gewend zou zijn aan het idee dat haar moeder er niet meer was. Roos zelf deed ook alsof ze eraan gewend was geraakt. Zo op het oog leek het alsof haar leven weer zijn normale gangetje ging. Ze hielp haar vader in zijn werkplaats, maakte haar huiswerk en speelde met haar beste vriend Bert, maar ze spraken nooit over haar moeder en ook nooit over de koning. En iedere nacht, tot ze uiteindelijk in slaap viel, staarde Roos vanuit haar bed naar de witte grafsteen die glansde in het maanlicht.

Teken themas

Deze teken themas horen bij dit hoofdstuk

Bert Boender

Roos Rondhout

Visbeen de Opperste Raadsheer

Het paarse kostuum van Koning Fred

Het huis met de zwarte draperieën voor deuren en ramen

De werkplaats van de timmerman

De oude jurken van Roos

Doe mee aan de teken wedstrijd!

Alle hoofdstukken

Lees elk hoofdstuk van De Ickabog dat tot nu toe is gepubliceerd.